In februari 1969 bracht Boudewijn de Groot zijn vierde album uit. Nacht En Ontij brak met alle tradities en was zijn tijd technologisch ver vooruit. Maar pas vanaf vandaag kun je horen hoe het had moeten klinken.
Het zaallicht wordt gedempt. ‘Zo, even een tukkie doen.’ Boudewijn de Groot (82) zit tussen Peter Voskuil, chroniqueur van de Nederlandstalige popgeschiedenis, en de journalist in. De nestor van bijna alles in de Nederlandstalige muziek heeft een kleine veertig minuten voor zijn middagslaapje. Want zo lang duurt het album Nacht En Ontij.
Het ‘tukkie’ is uiteraard ironisch bedoeld. Boudewijn de Groot heeft Nacht En Ontij al honderden keren gehoord. Elke lettergreep en noot werd de afgelopen maanden doorvorst en op zijn plaats gezet. De opnamen zelf bleven onaangetast, maar de technologie bood na 57 jaar nieuwe kansen.
Het resultaat is verbijsterend. Niet alleen voor de oude generatie, die het album al of niet met joint in verduisterde kamertjes consumeerde, maar ook voor de jongeren van nu. Twee gasten die bezig zijn songs van Boudewijn de Groot als documentaire in visuals vorm te geven, horen het voor het eerst en staan daarna wat pips aan hun tafeltjes. Nooit geweten dat dit bestond.
Verkoop je huis maar
Nacht En Ontij klinkt als nieuw, in de STMPD Studio’s in Amsterdam. De vierkante ruimte ziet eruit als een bioscoopzaaltje, maar is een sterk vergrote geluidskamer. Overal hangen boxen, staan woofers, van een technisch niveau dat zo geavanceerd en duur is, dat gezinnen dakloos zouden worden bij aanschaf. Maar met een goede koptelefoon of airpods kun je ook al redelijk veel van de technologisch vernieuwde versie doorgronden, zegt Boudewijn de Groot zelf.
De jonge geluidstechnicus David van Dijk maakte onder nauw toeziend oog van Boudewijn in studio De Golf in Amsterdam de volledig ruimtelijke luisterervaring die Boudewijn in 1969 voor ogen had. Normaal doet hij heel andere muziek, maar deze klus ging gepaard met ademloos respect voor iets dat kennelijk moest rijpen. Van Dijk had ‘niet de neiging om dit album te verhiphoppen.’
Boudewijn: ‘Net als bij het regisseren van een film kon ik aanwijzingen geven over waar ik bepaalde partijen in het geluidsbeeld wilde. Zo hoor je nu dat de heksen in een halve cirkel bewegen terwijl ze voor de troon van Satan dansen. Het orkest draait nu echt rond, als een carrousel. Ik vroeg aan de technicus of het geluid als een omgekeerde maalstroom ook naar boven kon. Dat bleek te kunnen. Wat ik destijds voor ogen had, is nu dus eindelijk mogelijk.’
Zo paren de geluidseffecten zich naadloos aan de tekst: ‘De heksen krijsen en dansen. Wij dansen, schreeuwen, splijten de aarde. Onophoudelijk, tot schuimens toe, geverfd in felle kleuren, zwepen wij elkaar op en werpen rook en vuur. We scheuren de nevels aan flarden en stijgen. We stijgen. Wij stijgen, in cirkels en spiralen, door lovertakken, spinrag, terwijl raven en nachtvlinders ons omringen en leiden tot boven boomtoppen en torenspitsen. In een roes van spattend hellevuur verlaten wij de heuvel, naar boven, naar Zenit en Zodiac, naar hel en duivel.’
In dienst van Satan
Het resultaat is een mooi pakket dat vandaag voor net geen dertig euro voor iedereen beschikbaar is. ‘In deze mix krijgt het album de vorm die Boudewijn oorspronkelijk voor ogen had’, zegt popjournalist Robert Haagsma.
Het is de eerste Nederlandse Blu-ray Audio Dolby Atmos release ooit. Naast de nieuwe versie heeft de release ook een nieuwe 2026 stereomix van het album uit 1969. De Blu-ray Audio bevat bovendien een nieuw interview met Boudewijn de Groot, alle songteksten en niet eerder verschenen foto’s van de originele fotosessie van het album.
Die beelden werden gemaakt door Ronald Sweering (1934-2013), indertijd de hoffotograaf van de popwereld. Boudewijn de Groot: ‘De opnamen en de presentatie van Nacht En Ontij waren in en om Kareol, een villa annex buitenhuis in Aerdenhout. Ronald en ik gingen ook nog even naar een klooster in de buurt om op een kerkhof waar de nonnen lagen wat extra enge foto’s te maken. Komt er een zuster vragen wat we aan het doen zijn. Ronald zei: “We zijn een plaat aan het maken… met heksen en de duivel.” Ze vertrok geen spier en vroeg ons dat maar ergens anders te gaan doen.’
‘Satan is hier’, en daar, en op nog veel meer plekken in Boudewijn de Groots Nacht en Ontij
Christelijke oortjes luisteren nu anders naar het in ‘middelbare school-retoriek’ gevatte satanisme dan in 1969. Toch blijft het in het gehoor steken als ergens achter je het mantra ‘Satan is hier!!’ ten zesde male weerklinkt, ditmaal met wat enge, hoog vervormde stemmetjes. Noem de naam, smeekt het heksenkoor herhaaldelijk. En elders gaat het er tekstueel ook bepaald stevig aan toe: ‘Nieuwgekomen zijn zij die het kruis vertrappen. ... en zijn hand heft. Men knielt en wacht. Nieuw zijn zij die de bijbel spuwen. De vrouwen met lange rokken van welstand en adel... Nieuw zijn zij die de kleren scheuren. ...besmeurd met modder en mos. Heren die in het achterland paraderen... Nieuw zijn zij die de duivel kussen. ...als God en Gabriël en nu wachten op het doopsel van de duivel. Nieuw zijn zij die hun kind aanbieden. In hun gevouwen handen bieden zij ziel en zaligheid. Nieuw zijn zij die zich aan het mes verwonden. Ze worden tot dienaar en dan... Nieuw zijn zij die zich laten bezitten. ...is het moment gekomen dat zij hun nette kleren afdoen. Welkom. Alles voor Satan. Schamel en naakt maar in uiterste vervoering zijn zij tot alles in staat. Ze kussen eerbiedig zijn billen!’’
Zwarte humor
Boudewijn relativeert de teksten nu, maar eigenlijk toen ook al, getuige zijn wat ontwijkende antwoorden, destijds in de media. ‘Ik vind dat nog steeds. Toch heeft het iets charmants. In dat opzicht ben ik wel milder in mijn oordeel geworden. Ik ben ook wat nostalgischer.’
‘Van de meeste namen die op het album voorkomen, had ik nog nooit gehoord. En bij het terugluisteren vielen me ook de taalfouten op. ‘Heksensabbat’ schrijf je niet met een ‘-h’ op het eind, dat is Engels. Het meervoud van ‘kobold’ is ‘kobolden’ met een ‘d’ in plaats van een ‘t’. En de Spaanse zin die ik gebruik, loopt grammaticaal correct heel anders.’
Bij het terugluisteren valt ook de humor op, die toen al in de tekst zat. De mensen in de opnamestudio van destijds stijgen mee in de omgekeerde maalstroom, met gelatiniseerde namen: Albertus Kossius, Antonius Vossius en Baldewinus Grotius zelf.
De plaat werd op 27 februari 1969 aangeboden met een macaber bedoeld feestje in Kareol, het gebouw was ook de achtergrond van de albumhoes. De villa van beton was in 1911 neergezet door de Amsterdamse zakenman Julius Carl Bunge. Na zijn dood in 1934 en die van zijn vrouw in 1941 was het in de oorlog Rode Kruis-hospitaal en kwam het in handen van projectontwikkelaars als Zwolsman. Kareol verviel en werd in 1979 gesloopt, met dynamiet. Op de locatie staan nu peperdure seniorenappartementen.
Kareol werd vaker gebruikt als locatie voor film en foto. Golden Earring schoot ooit kiekjes in de badkamers. Maar de releaseparty van Nacht En Ontij, dat was nog eens wat anders.
Schuchter journaille
Rudolf ten Kate, de manager van platenlabel Phonogram, doneerde een zak geld. Het journaille rapporteerde schuchter: ‘een ‘bloedstollende happening’ (Het Parool), in een ‘griezelig, groot en verlaten landhuis ergens in Aerdenhout dat slechts door flakkerende kaarsen werd verlicht’ (De Tijd). Dwergen van het toenmalige circus Tony Boltini daalden de trappen af met bakken saté; danseressen vertoonden naakt hun kunsten. Tenminste, dat is de overlevering. Boudewijn de Groot herinnert zich vooral dat het steen- en steenkoud was. Dat kan kloppen. Volgens het KNMI was het die dag rond nul graden, met een pittige bries en wat miezerige regen. Hij moet lachen om die naakte danseressen: ‘Ze waren gesluierd en hadden bovendien een huidkleurige maillot aan.’
De Groot is trots op de nieuwe Nacht En Ontij, zonder dat te benoemen. ‘Ik heb er nooit afstand van genomen. Zoals ik er ook nooit spijt van heb gehad. Ik zie nu dat het een uniek album is. Niet alleen binnen mijn eigen oeuvre, maar ook binnen de Nederlandse popmuziek. Ik merk dat het veel mensen heeft bereikt. Het is een album dat destijds niet helemaal werd begrepen en dat nog steeds niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven, maar wel de status heeft gekregen van cultklassieker.
Geld zat
De plaat is geen heropname. Nacht En Ontij 2.0 maakt gebruik van alle techniek die er nu is en de verhalen van vroeger. Kobolden, saters, heksen, duiveltjes, figuren uit de Griekse mythologie en Noorse sagen, de plaat krioelt van vreemde wezens. Ze slaan de brug van gymnasiasten-poëzie naar het occulte.
In februari 1969 was Boudewijn de Groot 24 jaar en vader van een peuter. Hij was de fans die mijmerden bij zijn getokkelde chansons wat beu en de jongens die hem uitdaagden tijdens zijn kwetsbare optreden van één man met een gitaartje al helemaal.
Boudewijn the Great verlangde naar Engelstalige rock en een band. Maar het kwam er niet van; het Kennemerland was nog niet echt toe aan heavy metal. Hij koos voor de vlucht naar voren en voerde een idee uit dat bizar en bourgondisch was, maar helemaal zonder tekstschrijver Lennaert Nijgh tot stand kwam. ‘Ik wilde een plaat maken zonder liedjes, maar met een verhaal dat speelde met het occulte.’
Tekstschrijver was naast Boudewijn, die alle muziek deed, Lucien Duzee, inmiddels overleden, een vriend op de Filmacademie. ‘We wilden een soort luisterfilm, het was een scenario waarvoor ik de soundtrack schreef.’
Alles kon en mocht van het platenlabel. ‘Voor acht maten jachthoorn werden gewoon mensen uit Brabant ingevlogen. Maar ja, ik had met de voorgaande platen Voor de Overlevenden en Picknick ook aardig wat geld binnengebracht. Die laatste plaat had een budget van 80.000 gulden; ik geloof dat er voor Nacht En Ontij ook zoiets was.’
Volgens de ‘prijzen van toen’-index van het CBS is 80k gulden in 1968 in 2026 bijna 2,5 ton euro. Boudewijn was beroemd en dat beloofde gouden bergen. Bij Nacht En Ontij viel dat tegen. ‘Er zijn er een paar honderd van verkocht.’
Gang door de geschiedenis
De belangstelling voor Nacht En Ontij was in 1969 omgekeerd evenredig met die van nu. Toen haalde de plaat geen enkele hitlijst en werd er bijna bedremmeld kort gerecenseerd. Het gaf ongemak want op 7 maart 1969, twee weken na de release, kreeg Boudewijn de Groot een Edison.
‘Boudewijn zal opnieuw bewondering of verguizing oproepen; hij zal voor mislukte nieuwlichter worden uitgemaakt of man genoemd worden die de pop en muziek nieuwe richtingen heeft gewezen. Kortom: ‘NACHT EN ONTIJ is een belangrijke elpee, of het nu een top of een flop wordt’, schreef stripweekblad Pep bij de release.
De legendarische popjournalist Jip Golsteijn formuleerde het in 1972 in De Telegraaf zo: ‘volgens velen een onbegrepen meesterwerk.’
Boudewijn de Groot dekte zich - tussen Nacht En Ontij en Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser - in: ‘Die plaat te vroeg gekomen? Mijn tijd vooruit geweest? Welnee, ik zou het nu trouwens heel anders doen. Minder bombastisch, minder pretentieus en met veel meer gevoel van humor. Ik nam mezelf toen veel te serieus, kon geen afstand nemen. Neem die tekst. Die mist alle eenvoud waar ik nu zo voor ben.’
En in 2026? In de voorverkoop loopt de nieuwe uitgave behoorlijk. Bij de luistersessie zit een stel uit het Brabantse dorp Gemonde. Ze wonnen hun ticket door Nacht en Ontij te bestellen. Ze luisteren perplex toe. Dit is toch wel heel andere koek dan ‘Avond’ of ‘Verdronken Vlinder’.
De gang door de geschiedenis van Nacht En Ontij is er bij uitstek een van rijping. Die is met terugwerkende kracht goed te volgen in de opmerkingen die Boudewijn de Groot er zelf over maakt. In het essay annex interview van Robert Haagsma bij de nieuwe uitgave van Nacht En Ontij (2026), de cd-box Oogst (2024), het Oeuvreboek (2023), opmerkingen bij de enige uitvoering van de ‘Heksensabbat’ met een klein orkest, door het Braaknoot Ensemble en een vrouwenstem, onder leiding van Deus-gitarist Mauro Pawlowski in 2018, de tekst-commentaren in Boudewijns eigen boek Hoogtevrees in Babylon (2007) en de cd-box Wonderkind aan het Strand (1996).
Heel naïef en een beetje stoned
Heel veel thema’s voor de plaat wees Boudewijn af. Lennaert Nijghs idee van een album over de tekens van de dierenriem werd het niet. ‘Iets met Tolkien’ evenmin. Een plaat over de aarde als hemellichaam en planeet ook niet (hoewel ‘Aarde’ terugkeert als duurzaam lied op De Groots meest recente album Windveren). Egyptische dodenboeken en tarot of de Maharishi - de goeroe die bekend werd als geestelijk raadsman van The Beatles - werden het ook niet. ‘Ik vond het een beetje een raar mannetje en ik geloofde er ook niet zo erg in wat hij allemaal zat te vertellen.’
Het occulte sloeg wel aan bij Boudewijn en Lucien, beiden gehuld in de Afghaanse jas die toen kledingvoorschrift was. ‘Niet zozeer als literair of geschiedkundig gegeven; de sfeer sprak me aan. We zijn tekeer gegaan, zonder verder veel research te doen. We wisten nauwelijks hoe het er bij een heksensabbat aan toeging. Het had met de duivel te maken. Kruizen werden verbrand. En er werd gedanst, al dan niet naakt. We hebben alles bij elkaar geschraapt. Het kon ons niet ver genoeg gaan. We waren ook helemaal ‘into’ bloemrijke teksten, naïef als we waren.’
Haagsma beschrijft ‘Heksensabbat’ als eindproduct: ‘Een gedeclameerde impressie van duistere riten met als muzikaal decor een volstrekt op zichzelf staande combinatie van psychedelica, vroege progressieve rock, barokke orkestklanken, in jazz gewortelde percussie en experimentele elektronica.’
Koffiemolentje
Een album als Nacht En Ontij kon alleen maar gemaakt worden met hulptroepen: arrangeurs, studio-technici en muzikanten. Die waren allemaal oprecht geïnteresseerd, bevlogen en praktisch ingesteld. ‘De goede sfeer in de studio speelt een belangrijke rol in mijn herinnering aan deze plaat.’
Boudewijn de Groot kon bij Nacht En Ontij werken met ‘vertrouwde gezichten’: producer Tony Vos (1931-2020), technicus Albert Kos en arrangeur Bert Paige (1920-1987). Die laatste, een Vlaming, bedacht in de jaren zestig de mooiste arrangementen, die ook nog eens met echte, grote orkesten werden opgenomen. Alleen al de hoge vlucht die de violen nemen in het begin en aan het eind van Nacht En Ontij ontroert eeuwig.
Tony Vos was de regelaar, maar ook muziektechnicus met een eigen vinding, de Tony Tone, die je bijvoorbeeld in het nummer ‘Waterdrager’ hoort. Tussen ‘Babylon’ en ‘Heksensabbath’ speelt hij samen met Boudewijn op de mellotron.
Albert Kos was de man die met een geniale truc (‘Ik knutsel wel wat’) het verschil tussen viersporentechniek, quadrafonie in de kinderschoenen en de 7.1 surround-techniek van nu overbrugde.
Dat deed hij met een koffiemolentje. ‘Er zaten twee draden aan die hij in de mengtafel plugde. Als hij aan het zwengeltje draaide ging het geluid niet alleen heen en weer, maar werd in het midden ook harder en zachter, wat nodig is om een draai-effect te krijgen’, aldus Boudewijn. Het ‘stijgende’ geluid was tot nu toe echter alleen met een koptelefoon te horen.
Voor nog meer geluidseffecten ging de ploeg te rade bij iemand die letterlijk zijn sporen had verdiend bij het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven; dat fameuze ‘NatLab’ is nu omgebouwd tot concertzaal en restaurant.
Dick Raaijmakers (1930-2013) wordt herinnerd om bizarre geluidscomposities, met al even bizarre titels, zoals Chairman Mao Is Our Guide (1970), Tombeau de Glenn Gould (1989), De val van Mussolini (1995) en Proefneming met een tabakspijp (1998–1999). Nu nog is er een ‘mural’ in Eindhoven waarin hij als professor Zonnebloem bij Kuifje tussen zijn spoelen en knoppen staat.
Eelco’s gitaar
Ook de muzikanten werkten graag mee. Voor Boudewijn was het de kans echte grootheden in te huren en hier en daar werden zelfs stukken ingespeeld door de oervorm van wat The Tower zou worden, de Engelstalige rockgroep waarmee hij de jaren erna twee singles opnam.
Wonderlijk is dat van de muzikanten bij Nacht En Ontij de meesten al gesneuveld zijn; drummer Jay Baar (1948-1990) van Q65, bassist Herman Deinum (1946-2025), afkomstig uit Cuby + the Blizzards, maar juist de meest kwetsbare, gitarist Eelco Gelling, onlangs zijn tachtigste verjaardag vierde, zij het fysiek en mentaal niet ongeschonden. Ook bassist Jan Hollestelle (1947) ziet nog het daglicht.
Maar wie speelde wat? Hoe was de ontwikkeling van de teksten? Veel weten we niet, of niet meer, want de administratie en de studio documenten rondom Nacht En Ontij zijn niet bewaard gebleven. Daarom is het gissen bij aantekeningen over de nummers van dit album.
Op de LP stond indertijd ‘Babylon’ en ‘Heksensabbat 1’ op de A-kant, terwijl de ‘Heksensabbat’ 2 de hele B-kant in beslag nam. De LP kreeg een klaphoes en fotobladzijden; bij de eerste persing kwam er nog een single bij, met de nummers ‘Wie Kan Me Nog Vertellen’ en ‘Aeneas Nu’.
Bij de cd stond dat allemaal op een enkele schijf. Het onvermijdelijke hiaat tussen de tekstdelen ‘de verschrikking gelijk’ en ‘De metingen zijn verricht’, dat ontstond als je de elpee omdraaide, verdween bij de cd en komt ook in de nieuwe versie niet terug.
‘Babylon’
Lennaert Nijgh levert een quasi-Latijnse en semi-middeleeuwse tekst met goede beginregels en daarna veel onzinwoorden, die Boudewijn niet wil zingen, schrijft Peter Voskuil in het Oeuvreboek. ‘Terwijl ik wel mystiek wilde zijn met die plaat, maar dan wat bevattelijker, zal ik maar zeggen. Dus ik heb steeds de eerste regels gehouden en kreeg het idee om ieder couplet een klinker centraal te stellen. Dus eerst voornamelijk a-klanken, de tweede o-klanken en daarna e- en i-klanken. Zo werden het in ieder geval nog gewone Nederlandse zinnen en woorden.’ Bert Paige vraagt hij vervolgens om een ‘Mozart-achtig’ arrangement.
Een ander opvallend onderdeel van ‘Babylon’ is het net niet verstaanbare gemompel van een groep mensen. Boudewijn hoorde dat in het geroezemoes van de orkestleden onderling voordat er werd afgetikt. Perfect voor op de plaat, maar helaas niet opgenomen. Dus deden Tony, Bert, Lennaert en Boudewijn het achteraf nog eens over. Minder spontaan, wel effectief, zodat bepaalde woorden en kreten even oplichten.
‘Aeneas Nu’
Ook ‘Aeneas Nu’ herbergt raadselen. Het nummer is oorspronkelijk van Lennaert Nijgh, maar die leverde zo’n lap tekst met ontoegankelijke zinnen dat Boudewijn de Groot fors aan het verbouwen sloeg en er ten slotte een eigen tekst van maakte, waarvoor hij dan ook de credits nam.
De naam verwijst naar een halfgod in de Griekse mythologie. Bij Lennaert stond die model voor zijn eigen gevoel: heimwee naar huis als je op reis bent, en weg willen gaan zodra je thuis bent aangekomen. Boudewijn herschiep de tekst in een bevattelijker jargon. ’Ik heb een redactie uitgevoerd en er wat meer een verhaal met een kop en een staart van gemaakt. Over iemand die een tocht maakt door een vijandige omgeving en nergens welkom is. En dan weer terugkomt, maar dan zoveel heeft meegemaakt dat thuis ook niet meer is wat het is. Een thema dat ik veel later overigens nog op andere manier heb gebruikt in ‘Op weg naar mijn lief’. Dat staat op het album Het Eiland In De Verte (2004).
De vraag waar die originele tekst van Nijgh is gebleven, zelfs in zijn bundel Ik Doe Wat Ik Doe staat de versie van De Groot, leidt tot ongemak bij Peter Voskuil en Boudewijn de Groot: ‘De grondtekst van Lennaert was een onbegrijpelijke woordenstroom, nergens bewaard gebleven. Bijzonder is dat niet, hoor. Er gingen wel meer manuscripten verloren in die tijd.’
Nooit spijt
De Groot is trots op de nieuwe Nacht En Ontij, zonder dat te benoemen. ‘Ik heb er nooit afstand van genomen. Zoals ik er ook nooit spijt van heb gehad. Ik zie nu dat het een uniek album is. Niet alleen binnen mijn eigen oeuvre, maar ook binnen de Nederlandse popmuziek. Ik merk dat het veel mensen heeft bereikt. Het is een album dat destijds niet helemaal werd begrepen en dat nog steeds niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven, maar wel de status heeft gekregen van cultklassieker.’
Het laatste woord is voor Duzee en De Groot: Mos en morgendauw lichten op in de eerste roze zonnestralen. Bloemen openen de kelken, vaag, en versluierd in nevel. De heksen zijn verdwenen, en zo ook de kollen en kobolden, de gedrochten. Weggevlogen op de eerste stralen van de nieuwe dag.
Was het een droom?











